Sportservice Flevoland

Nieuws

Interview met vrijwilliger Matthijs van MHC Flevoland

Date:

Toen Matthijs Toorenburg zes jaar oud was, stapte hij voor het eerst het hockeyveld van MHC Flevoland op. Ruim twintig jaar later is de inmiddels 32-jarige Drontenaar er nog altijd bijna wekelijks te vinden. Niet meer als speler, maar als onmisbare vrijwilliger. Hij is trainer, coach en lid van de technische commissie. “Ik stel mezelf ieder jaar de vraag: vind ik het nog leuk? En zolang het antwoord ‘ja’ is, ga ik met alle plezier door.”

Hoewel Matthijs officieel in Veghel werd geboren, verhuisde hij al na zes weken naar Dronten. “Ik voel me gewoon een Drontenaar”, lacht hij. Hockey speelt al sinds zijn jeugd een grote rol in zijn leven. “Mijn moeder vertelde altijd dat ik zelf graag wilde hockeyen. Ik heb drie proeftrainingen gedaan en ben eigenlijk nooit meer weggegaan.”

Zelf speelde hij jarenlang bij de senioren, totdat blessures aan zijn schenen en knieën hem dwongen te stoppen. Helemaal afscheid nemen van de club was echter geen optie. “Ik was toen al speler, trainer en coach tegelijk. Dat is eigenlijk heel natuurlijk overgegaan naar volledig langs de zijlijn.”

Trainer vanaf zijn twaalfde

Vrijwilligerswerk begon voor Matthijs al op jonge leeftijd. “Ik was een jaar of twaalf toen ik de jongste jeugd training ging geven. Daarna ben ik eigenlijk ieder jaar doorgerold naar oudere jeugdteams.” Op zijn zestiende of zeventiende coachte hij voor het eerst een team en sindsdien is hij nooit meer gestopt.

Naast het trainen en coachen van verschillende teams maakt hij inmiddels ook al enkele jaren deel uit van de technische commissie van de vereniging. Daar houdt hij zich onder meer bezig met teamindelingen en ondersteunt hij andere commissieleden. “Dat zijn vaak ouders die zelf nooit hebben gehockeyd. Dan is het prettig als iemand ook vanuit een inhoudelijke blik kan meedenken.”

Familievereniging

Met ongeveer vijfhonderd leden is MHC Flevoland volgens Matthijs precies groot genoeg. “Ik vind het echt een familievereniging. Er lopen veel gezinnen rond die hier al jarenlang komen. Juist doordat we niet enorm groot zijn, blijft het persoonlijk. Dat is denk ik ook de reden waarom zoveel mensen hier blijven hangen.”

Dat familiegevoel zit volgens hem niet alleen in de sfeer. Ook veel ouders van jeugdleden zetten zich in voor de club. “Bij ons zijn veel vrijwilligers gewoon ouders, terwijl ze zelf nog nooit een hockeystick hebben aangeraakt.”

Plezier uit vrijwilligerswerk

Voor Matthijs draait vrijwilligerswerk om veel meer dan hockey alleen. “Met een team bezig zijn, samen beter worden en plezier maken: dat geeft mij ontzettend veel energie. Hoe motiveer je mensen? Hoe haal je samen het beste uit een groep? Dat blijft iedere keer weer leuk.”

Ook sociaal betekent de vereniging veel voor hem. “Eigenlijk ken ik al mijn beste vrienden via de hockey. Ik heb hier ongeveer mijn halve jeugd doorgebracht. Een sportvereniging is echt een plek waar je mensen leert kennen.”

Na een drukke werkdag is het hockeyveld bovendien de ideale uitlaatklep. “Ik heb een kantoorbaan. Maar zodra ik op het veld sta, is mijn hoofd leeg. Dan ben ik alleen nog maar bezig met die groep en met anderhalf uur samen plezier maken. Dat vind ik echt uniek.”

Vrijwilligers onmisbaar

Net als veel andere verenigingen merkt ook MHC Flevoland dat het steeds lastiger wordt om voldoende vrijwilligers te vinden. Toch lukt het volgens Matthijs ieder seizoen weer om alles rond te krijgen. “Het lukt net aan. We hebben zeker geen luxepositie, maar uiteindelijk krijgen we het met elkaar altijd voor elkaar.” Zo benadert de club actief ouders om een vrijwilligersfunctie te vervullen. Daarbij wordt wel samen gekeken welke functie bij hen past.

Hij hoopt dat meer mensen de stap zetten om iets voor hun vereniging te betekenen. Volgens hem hoeft dat lang niet altijd als trainer of coach te zijn. “Er is eigenlijk in iedere vereniging wel een rol die bij iemand past. Niet iedereen hoeft op het veld te staan, maar iedereen kan wel een steentje bijdragen.” Want zonder vrijwilligers bestaat een vereniging simpelweg niet. “Een vereniging leeft bij de gratie van vrijwilligers. Zonder hen gaat het niet. We hebben iedereen nodig.”

Voor Matthijs is de beloning uiteindelijk niet een vrijwilligersbarbecue of een bedankje aan het einde van het seizoen, maar alles wat hij ervoor terugkrijgt. “Je beleeft samen iedere week weer mooie momenten. Je wint, je verliest, je gaat op teamweekend en maakt herinneringen. Als ik terugkijk, zijn dat er geen één of twee, maar honderden. Dat is precies waarom ik het na al die jaren nog steeds met zoveel plezier doe.”