Sportservice Flevoland

Nieuws

Stoppen was geen optie: hoe Paul Verkleij jong triathlontalent in Almere bleef trainen

Datum:

Toen de Nederlandse Triathlon Bond (NTB) in 2024 stopte met de Regionale Training Centra (RTC’s), liet triathloncoach Paul Verkleij het er niet bij zitten. Hij besloot door te gaan met het trainen van jong talent en richtte de Triathlon Academie Almere (TAA) op. “Stoppen met het ontwikkelen van talenten was voor mij geen optie.” Dat gebeurde met succes: de TAA mag zich tegenwoordig topsportvereniging van Flevoland noemen.

Sport loopt als een rode draad door het leven van de 52-jarige Paul. Na zijn opleiding aan het CIOS in Heerenveen werkte hij als sportinstructeur bij Defensie en stond hij jarenlang voor de klas bij de opleiding Sport & Bewegen. Ook triathlon heeft al lang een plek in zijn leven. Tussen 2001 en 2006 was Paul zelf fanatiek actief en niet zonder succes: een podiumplek op het NK lange afstand in Almere en winst in Leiderdorp staan nog altijd op zijn netvlies gebrand. Inmiddels geeft hij al jaren triathlonlessen, en die combinatie van ervaring en passie bracht hem vijf jaar geleden bij de NTB.

Talentprogramma voortzetten

Bij de NTB ging hij aan de slag als talentcoach voor jong triathlontalent. Na een paar jaar trok de bond er helaas de stekker uit vanwege bezuinigingen. Maar Paul wilde niet stoppen met het coachen van jong talent. Daarom besloot hij de TAA op te richten. “Eigenlijk veranderde er niet veel. We hebben het programma van de bond overgenomen en zijn een stichting geworden, met Almere als vertrouwde thuisbasis.”

Met steun van onder andere de gemeente Almere, de provincie Flevoland en Topsport Flevoland kon het programma voortgezet worden. Die steun zit niet alleen in financiële bijdragen, maar ook in faciliteiten, zoals zwemwater en trainingsmogelijkheden. “Het geld gaat volledig naar de faciliteiten die nodig zijn om goed te kunnen trainen.”

Talent herkennen

Maarten van Erp is projectleider bij Topsport Flevoland, onderdeel van Sportservice Flevoland, en is blij dat hij vanuit deze rol kan bijdragen aan de TAA. “We investeren in een sterke en duurzame sportinfrastructuur, omdat dit de basis vormt om jong talent vroegtijdig te herkennen en optimaal te begeleiden. Alleen met een stevig fundament kunnen talenten zich ontwikkelen in een veilige omgeving en daadwerkelijk doorstromen naar het hoogste niveau.”

Dat hoge niveau is volgens Paul volop aanwezig bij zijn academie. “Op dit moment zijn er acht atleten tussen de 17 en 25 jaar die trainen bij de TAA. Dat zijn stuk voor stuk talenten die in de toekomst heel hoog kunnen eindigen op verschillende toernooien. Bij sommige talenten zien we dat nu al. Die draaien al mee met de nationale top.”

Eredivisieteam

Om zich daar al op voor te bereiden, is de TAA in samenwerking met de Triathlon Vereniging Almere (TVA) een eredivisieteam gestart. “Het team bestaat uit alleen maar jonge atleten tussen de 16 en 22 jaar. Ze zijn niet aan de top geëindigd, maar ook zeker niet onderaan. Dat ze op deze leeftijd al uitkomen op eredivisieniveau, is iets waar wij ontzettend trots op zijn’, vertelt Paul.

Hij benadrukt dat het heel fijn en mooi is dat ze dit samen met de TVA kunnen doen. “Hun steun is hierin ontzettend belangrijk.” De samenwerking met TVA gaat verder dan alleen het eredivisieteam. Paul is regelmatig aanwezig bij clubtrainingen, kijkt mee met coaches en geeft af en toe zelf training aan jongere sporters.

Hoog niveau

Het is duidelijk dat het streven is om de jonge talenten op hoog niveau mee te laten doen aan triathlonwedstrijden. Maar er is wel de nodige inzet voor nodig om dat niveau te halen. De talenten volgen daarvoor een intensief trainingsprogramma, waarvoor ze wekelijks in Almere moeten zijn.

Paul legt uit hoe zo’n trainingsweek eruitziet. “Op maandagochtend beginnen we om zeven uur met zwemtraining. Later op de dag volgt een duurloop. Hoelang die duurt, verschilt per leeftijd. Dinsdag staat echt in het teken van fietstrainingen. Woensdag is er weer een zwemtraining en later op de dag een baantraining. Donderdag is ook een dag waarop de meesten fietsen. Vrijdag wordt er weer gezwommen en daarna kunnen de atleten zelf kiezen op welk onderdeel ze op een laag tempo willen trainen.”

Als de vrijdag erop zit, betekent dat niet meteen weekend voor de atleten. “Ook op zaterdag wordt er getraind. Die dag staat in het teken van langere looptrainingen Voor de kenners: een fartlek training. Dat kan gewoon in en rondom Almere,” legt Paul uit, “en de zondag staat bij veel atleten in het teken van een lange fietsrit.”

Paul benadrukt dat programma’s op maat worden gemaakt voor de atleten. Hierin heeft iedere atleet zijn of haar accenten en zijn er uiteraard verschillen in de duur en intensiteit van de trainingen.

Topsportrooster

Zo’n intensieve trainingsweek vergt veel discipline van de talenten, want ze gaan ook nog allemaal naar school of studeren. Gelukkig zijn de scholen bereid om mee te werken aan het strakke trainingsprogramma. Sommigen krijgen een speciaal topsportrooster. “Dan beginnen ze de dag met training, daarna gaan ze naar school en kunnen ze op tijd weer bij de volgende training zijn,” aldus Paul.

Het is duidelijk dat wie later op hoog niveau aan triathlonwedstrijden wil meedoen, bij de TAA moet zijn. Paul hoopt dat een van zijn atleten zich in het nieuwe seizoen kwalificeert voor het EK Jeugd en dat een van zijn atleten hopelijk op het NK Junioren een mooie prestatie gaat neerzetten. “Het meest mooie en waardevolle is dat atleten zich ontwikkelen als mens. En dan is het natuurlijk heel gaaf dat een atleet zijn of haar droomdoelen weet te realiseren”, vertelt Paul.

Instroom

Paul ziet genoeg perspectief voor de komende tijd, al houdt hij de instroom goed in de gaten. “Er zijn op dit moment genoeg talenten van twaalf en dertien jaar, maar het is nu even wat rustiger met de vijftien- à zestienjarigen. Dat gaat de komende tijd nog wel spannend worden.”

Toch blijft hij positief. De Triathlon Academie Almere zal altijd een selecte groep blijven bedienen, precies zoals het bedoeld is. “Zolang er atleten zijn die willen investeren in deze sport, blijf ik me daar met volle overtuiging voor inzetten.”